katoen

Wisten jullie dat..

Wat weten we nou eigenlijk echt over biologisch katoen ?

We vergeten graag dat de mode-industrie, op olie na, de meest vervuilende industrie ter wereld is.
25% van het pesticidegebruik, 10% van het broeikaseffect en 20% van de industriële watervervuiling wordt veroorzaakt door het produceren van kleding.

Dit zegt jullie misschien niet veel maar wist je dat:

Er 20.000 liter (!!) water nodig is om één kilo katoen te maken. Slik…

Even kort uitgelegd:

Voor één t-shirt (van welk merk dan ook) is 250 gram katoen nodig, omgerekend is dit 2500 liter water en 150 gram landbouwgif.

Voor één t-shirt van biokatoen is 500 liter water en 0 gram landbouwgif nodig.

Voor één jeans is 800 gram katoen nodig, wat gelijk is aan 8000 liter water dat vervuild wordt.

Na de productie wordt nog een chemische filter over de kleding heen gespoten, zodat er onderweg naar de winkel geen diertjes of andere bacteriën zich in kunnen nestelen.

H&M maakt bijvoorbeeld 600 miljoen kleding stukken per jaar! Dat is maar een deel van alle kleding die geproduceerd wordt wereldwijd.

Daarnaast vergeten we hoeveel water onttrokken wordt aan de bodem voor het groeien van katoen. Deze water zuipende gewassen zorgen voor de droogte in veel landen, want de oogst moet sneller en sneller. Daarnaast moet er veel katoen geproduceerd worden zodat wij morgen weer wat nieuws kunnen scoren. De grond laten rusten is er helaas niet bij.

Biologische katoen wordt zonder chemische middelen gekweekt, groeit daardoor veel langzamer en de bodem heeft rust nodig. Voor de katoenboeren betekent dit minder inkomsten, maar is dit wel minder schadelijk voor hun gezondheid. Hun handen en ogen komen niet meer direct in aanraking met chemie. Van alle katoen is omgerekend maar 1-5% biologisch. Knap dat alle grote ketens tegenwoordig zoveel biokatoen kleding in hun schappen hebben liggen..

Bij organische kleding wordt gebruik gemaakt van verf die niet giftig is. Dus zonder heftige materialen zoals chroom, zware metalen etc. – alles wat je niet in je keukenkastje zou willen hebben staan, maar we willen het schijnbaar wel op onze huid dragen. Wellicht hebben veel ziektes van tegenwoordig hier wel iets mee te maken?

Bij de productie van organische kleding wordt er gelet op de juiste verwerking van het afvalwater. Alle producten zijn met volledig bewustzijn geproduceerd, met minimale impact. Gelukkig zijn er tegenwoordig al veel nieuwe materialen, zoals: Lycocell (zacht, natuurlijk en weinig waterverbruik), plastic flesjes die gerecycled worden (daar is natuurlijk ook wat over te zeggen, plastic deeltjes die in het water terecht komen met wassen), bamboe en hennep. De laatste twee hebben minder water nodig maar hebben nog steeds veel energie en chemicaliën nodig om hier textiel van te maken.

In de vorige blog benoemde ik de documentaire van Stella Mcartney. Heb je al gekeken? Deze gaat over de vervuiling van de kledingindustrie en de uitbuiting van werknemers in lagelonenlanden. Ergens in het midden van de documentaire laten ze zien wat met al die overschotten van overproductie gedaan wordt: beelden van vuinisbelten met bergen vol stof. Ik schrok er zelf van! In deze landen wordt dit in de open lucht verbrand (geen verbrandingsovens). Het gevolg: er komen heel veel giftige stoffen vrij van alle chemicaliën die erin verwerkt zitten. Mensen in die omgeving worden ziek en er worden veel gehandicapte kinderen geboren. Tegelijkertijd doneren wij hier in de Westerse wereld weer geld aan de arme mensen in die landen voor medicijnen, eten, een dak boven hun hoofd en lopen wij met zakken vol kleding naar de kledingcontainer voor mensen in ontwikkelingslanden.

Dit lijkt een vicieuze cirkel en de enige echte goede optie is consuminderen!!

Dus betere kleding met een beter verhaal kopen én deze langer dragen (slow fashion).

Scroll naar top